De Epstein-files: macht, waarheid en vertrouwen
De Epstein-files zorgen wereldwijd voor veel reacties en roepen ook bij jongeren vragen op. Wanneer verhalen verschijnen over invloedrijke personen uit de politiek, media, zakenwereld of entertainmentsector, ontstaat vaak discussie over vertrouwen: welke mensen met macht zijn nog te vertrouwen, en hoe weten we wat waar is?
Verhalen en complottheorieën over verborgen netwerken en machtige personen circuleren al langer online en in de media. In sommige gevallen blijken bepaalde elementen achteraf een reële basis te hebben, terwijl andere claims niet bevestigd worden. Dit maakt het voor veel mensen moeilijk om feiten, interpretaties en overtuigingen van elkaar te onderscheiden.
In dit dossier onderzoeken leerlingen hoe media berichten over schandalen waarbij personen uit ‘de elite’ betrokken zijn en hoe zulke verhalen invloed hebben op vertrouwen, twijfel en publieke opinie.
In de eerste les maken leerlingen kennis met de context van de Epstein-zaak en onderzoeken ze hoe vertrouwen en macht samenkomen in mediaberichtgeving. In de tweede les verschuift de focus naar waarheid en geloofwaardigheid: leerlingen ervaren hoe nieuws wordt opgebouwd en ontwikkelen tools om informatie kritischer te beoordelen.
| Bekijk ook de andere Opiniedossiers. |
Wat komt aan bod?
Les 1 – Macht, vertrouwen en media: nieuws over personen uit de elite.
In de eerste les maken leerlingen kennis met de context van de Epstein-files en onderzoeken ze hoe verhalen over invloedrijke personen vragen oproepen rond vertrouwen, verantwoordelijkheid en media.
- Wie is Jeffrey Epstein: de leerlingen bekijken een videobron over wie Jeffrey Epstein was en wat de Epstein-files precies zijn.
- De vertrouwenslijn: de leerlingen reflecteren individueel en klassikaal op vertrouwen in media, (overheids)instellingen en personen uit ‘de elite’.
- Elite en schandalen: de leerlingen analyseren hoe schandalen rond invloedrijke personen in de media worden gebracht en herkennen het verschil tussen feiten, interpretatie en twijfel.
Les 2 – Waarheid en geloofwaardigheid: hoe beoordelen we informatie?
In de tweede les ervaren leerlingen hoe moeilijk het kan zijn om echte en verzonnen informatie te onderscheiden en oefenen kritisch denken door zelf nieuws te maken, vragen te stellen en samen te reflecteren.
- Weten, denken of geloven: de leerlingen onderzoeken hoe deze begrippen een rol spelen bij het beoordelen van informatie.
- Feit of fictie – nieuws brengen: de leerlingen brengen een echt nieuwsfeit of een verzonnen nieuwsverhaal aan de klas en onderzoeken welke elementen een verhaal geloofwaardig laten overkomen. De klas bevraagt het verhaal en onderzoekt samen in welke mate het waarheidsgetrouw is.
- De klas als nieuwsredactie: De leerlingen bevragen elkaars nieuwsverhaal kritisch en onderzoeken samen hoe die bevraging helpt om informatie beter te beoordelen.
- De leerlingen analyseren kritisch historische bronnen met betrekking tot de bestudeerde periodes in functie van een historische vraag. (Onderwijsdoel Vlaanderen 08.06, 2de graad).
- De leerlingen beoordelen de onderzoekbaarheid van een historische vraag. (Onderwijsdoel Vlaanderen 01.02.01, 2de graad).
- De leerlingen beoordelen de betrouwbaarheid van historische bronnen in functie van een historische vraag rekening houdend met de standplaatsgebondenheid, het doelpubliek, de functie en het beoogde effect. (Onderwijsdoel Vlaanderen 01.02.04, 3de graad).
- De leerlingen selecteren relevante informatie bij het lezen en beluisteren van teksten. (Onderwijsdoel Vlaanderen 02.14.02, 3de graad).
- De leerlingen onderscheiden feiten, interpretaties en twijfel in mediaberichten over maatschappelijke gebeurtenissen.
- De leerlingen reflecteren over hoe verhalen over macht, schandalen en complottheorieën het vertrouwen in media, instellingen en publieke figuren kunnen beïnvloeden.
- De leerlingen lichten de mediatisering van de samenleving toe. (Onderwijsdoel Vlaanderen 15.03.01, 3de graad).
- De leerlingen analyseren communicatie en media aan de hand van theorieën uit de communicatiewetenschappen. (Onderwijsdoel Vlaanderen 15.03.02 3de graad).
- De leerlingen reflecteren over media-effecten vanuit het principe van ‘agency’ van het publiek. (Onderwijsdoel Vlaanderen 15.03.04, 3de graad).
Zo gebruik je het
- Download hieronder de lesvoorbereiding en de nodige bijlagen.
- Print of projecteer de opgegeven mediabronnen. De leerlingen moeten ook zelf de bronnen raadplegen, dus een laptop (individueel of per groepje) is noodzakelijk. Je hoeft niet alle mediabronnen te gebruiken:
- HLN – Nieuw onderzoek onthult: Amerikaanse Justitie hield Epsteindocumenten met beschuldigingen tegen Trump achter
- Comac: Klassenjustitie: het woord om het Reuzegom-proces te omschrijven
-
DeMorgen – Zaak tegen Sihame El Kaouakibi komt pas in oktober voor de rechter
-
VRT nieuws – De pijnlijke en ongemakkelijke waarheid na 40 jaar onderzoek naar de Bende van Nijvel
- Duur: ongeveer 1 lesuur per onderdeel
- Doelgroep: tweede en derde graad secundair onderwijs.
Dit heb je nodig
- Lesvoorbereiding
- Bijlage
- Print bijlage 3 en 4 voor de leerlingen
- Een laptop of pen en papier per leerling of per groepje
Zie je een fout of onjuistheid, heb je opmerkingen/vragen over dit dossier, of heb jij een goed idee voor een volgend thema? Mail ons gerust op savannah@stampmedia.be. We horen het graag!










